terug
<
>

Geestelijk gezond met IRIS

Een effectieve depressiepreventie is meer dan ooit nodig. De cijfers in de media zijn namelijk zorgwekkend: van de volwassenen Nederlanders is 1 op de 20 depressief, bij jongeren is dat zelfs 1 op de 15. IRIS, een speelse interventie die de Innovatie Studio van HKU ontwierp in samenwerking met de afdeling Psychiatrie van het UMCU, kan depressies voorkomen. Willem-Jan Renger legt uit hoe.
 
Om dat te doen moet Willem-Jan terug naar 2008, het jaar waarin HKU voor Altrecht Moodbot ontwikkelde. ‘Met Moodbot konden patiënten hun stemming vastleggen in een game-wereld. Die gegevens kwamen weer ter beschikking van de artsen. Je kunt Moodbot grofweg zien als een voorstudie en IRIS als de volgende stap. Ook IRIS meet de stemming van mensen door ze online te bevragen. De wetenschap heeft bij het genereren van dit soort gegevens namelijk twee problemen: de vragenlijsten zijn erg lang en het moment van vragen beïnvloedt de antwoorden. Iemand die op dinsdag zegt zich depressief te voelen, geeft op vrijdag een heel ander antwoord en is het gevoel van dinsdag alweer vergeten. Die vertekening was al bij Moodbot naar voren gekomen. Je moet mensen een week lang structureel bevragen.’
 
De methode werd aangepast: minder vragen, maar veel frequenter. Door acht keer per dag dezelfde vragen te stellen werd de meting en het zogeheten ‘mood profile’ wel representatief. De doelgroep van IRIS, jongeren van 12 tot en met 19 jaar, is volgens Willem-Jan niet de makkelijkste. ‘Bij adolescenten is het heel moeilijk te achterhalen of ze aan een stoornis lijden. Flinke stemmingswisselingen hebben ze allemaal. Dat heet puberteit. Naar aanleiding van een onderzoek op een middelbare school konden onderzoekers van het UMCU drie groepen destilleren: gezond, risicovol, ziek. De uitslag was: 90% gezond, 8% risicovol, 2% ziek.’
 
de belangrijkste variabele
Het doel van IRIS is te voorkomen dat de middengroep een stoornis ontwikkelt. Uit eerder onderzoek bleek dat coping (de wijze waarop iemand met problemen en stress omgaat – red.) daarbij de allesbepalende factor is. Wanneer een bepaalde manier van coping kan worden aangeleerd, wordt de gevoeligheid voor klachten verminderd.  Willem-Jan: ‘In het UMCM heeft Manon Hillegers een groep van 300 kinderen met een bipolaire stoornis langdurig gevolgd om te onderzoeken welke kinderen zelf ook stemmingsstoornissen ontwikkelden. Ze hanteerde ontzettend veel meetpunten en kon na twaalf jaar met zekerheid concluderen dat de copingstrategie de belangrijkste variabele is. Kinderen met een passieve coping kregen klachten, de groep met de actieve manier van coping ontwikkelde geen stoornis. Deze kinderen zochten afleiding, stelden zich onafhankelijk van de ouders op en zetten zich af tegen hun ziektebeeld.’   

‘Zet chips en een grote bak M&M’s op tafel en je hebt ze’
 
Met de conclusie dat alles draait om de copingstrategie, werd de missie van Innovatie Studio met IRIS duidelijk. Willem-Jan: ‘Hoe kun je kids zo sturen dat ze een actieve copingstijl gaan aannemen? Die vraag moesten wij beantwoorden en vertalen naar IRIS. We gingen met onze groep aan de slag en haalden er een student bij van de nieuwe HKU-master Crossover Creativity, die technisch architect van de game werd. Vervolgens gingen we over alles in conclaaf. Er wordt tijdens het ontwerpproces meteen getoetst. De wetenschapper en de ontwerper zitten tijdens het ontwikkelen dus continu samen aan tafel. Dat is pure co-creatie van wetenschap en game- (of eigenlijk gedrags-)ontwerp.’
 
de gewenste copingstrategie
Het team bedacht zogenaamde challenges om de gewenste copingstrategie te stimuleren. Willem-Jan: ‘Moest je in de game bijvoorbeeld een vriendin bellen en vermeed je dat, dan was dat een signaal van een passieve manier van coping. Voor het ontwerp van die challenges vulden we ons team aan met een student Game Design. Het bedenken ervan deden we samen met de jongeren zelf. Dat was uiteraard nodig om te testen wat niet en wat wel werkt in deze game. Hoe we ze zo ver kregen de challenges met ons te bedenken? Zet chips en een grote bak M&M’s op tafel en je hebt ze.’
 
Vanaf juli 2016 werd IRIS uitvoerig getest. Een week lang werd acht keer per dag aan deelnemers gevraagd hoe ze zich voelden. Vervolgens werden de challenges ingezet, zes weken lang. In de laatste week werd opnieuw acht keer per dag aan de deelnemers gevraagd hoe ze zich voelden. Op basis van die gegevens zijn de mood profiles samengesteld. Willem-Jan vertelt dat in dit soort trajecten de app meestal pas achteraf wordt gevalideerd. ‘De conclusie is dan vaak dat hij niet voldoet, of dat de gebruikte software alweer achterhaald is. Daar gaat dan zoveel tijd overheen dat bijvoorbeeld het IOS-systeem al een paar versies verder is en de gemaakte app een grote update nodig heeft. Echte innovatie bereik je als je dit soort fasen met elkaar vervlecht.’
 
een lopend vuurtje
Deze inrichting van het procesontwerp is volgens hem echt pionierswerk. ‘Het meteen valideren en direct samenwerken met partners doen we voor het eerst. Daarnaast zijn de lage kosten heel uitzonderlijk. Normaal is er al 200.000 euro besteed voor je aan een validatie toe komt. In ons geval zaten we in die fase pas op 25.000 euro.’ Dat pionieren is niet onopgemerkt gebleven. ‘Het gaat als een lopend vuurtje rond op bijvoorbeeld het UMCU en dat leidt tot talrijke vervolgvragen. Twee jaar geleden wisten medici bij wijze van spreken niet wat Game Design was, nu zien ze ons als eerste gesprekspartner die tegelijkertijd de oplossingen kan ontwerpen.’

Hoe kun je de antwoorden verzamelen op persoonlijke vragen die mensen op papier of live niet geven? Willem-Jan Renger legt uit hoe de speelse interventie IRIS online de werkelijke stemming weet vast te leggen. 

Reacties

Nog geen reacties

Reageer

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen