terug
<
>

Het kleine ZZP-ABC #23

WATERKOKER

Praten tegen dingen helpt. Tegen de stapel papieren die blijft liggen aan het einde van de werkdag fluister ik: ‘Morgen zijn jullie de eerste.’ Mijn magnetron begroeten als ik mijn huis binnenkom schept de illusie van gezelschap. Op mijn elfde vroeg ik aan Sinterklaas een Furby, maar die had een beperkte woordenschat. Hij krijste alleen maar dat hij van me hield. Beter ging het tussen mij en een Ernie-pop, die van kietelen hield. Als je hem in zijn buik prikte zei hij: hihihihihihihihi dat kietelt. Na drie keer drukken begon hij te schudden van het lachen, waarbij het motortje in zijn buik hoorbaar zoemde. Ernie doet het nog steeds, terwijl de oogleden van Furbie vastliepen na drie keer knipperen.

Binnen de angstpsychologie bestaat een verklaring voor spinnen- en slangenfobie: bij het zien van een bewegende spin of slang zegt het oergedeelte van ons brein: ‘Pas op, niet menselijk!’ Als iets op een geleedpotige manier beweegt, bijvoorbeeld door te buigen op onmogelijke plaatsen, gaat er een alarmbel af in onze hersenen. Het omgekeerde gebeurt wanneer mensen leven toedichten aan objecten of dieren. Ze zetten bloemen op tafel en herkennen gezichtjes in hun harten, of nemen een cavia waarvan ze vergeten dat het geen kind is.

Zelf voer ik op kantoor graag gesprekken met mijn waterkoker. Het is een reismodel, dat ik heb gekocht voor een ex-vriend die veel op hotelkamers verbleef. Hij vond het gekookte water naar plastic smaken. Bij beëindiging van de relatie brak mijn hart door al het stof aan de binnenkant en heb ik het ding geconfisqueerd. Tegenwoordig staat de miniwaterkoker op het bureau van mijn flexwerkplek.

>> Spullen hebben evenveel macht als mensen, maar gaan gemiddeld korter mee<<

Het is handig om één apparaat tot aanspreekpunt te bombarderen. Zo krijg je het gevoel dat je niet tegen de lucht praat. Nou is een band ontwikkelen met een waterkoker ook niet heel moeilijk, want hij is warm aan je handen, bestaat uit weinig onderdelen en vergt minimaal onderhoud. Als mijn medekantoorgebruikers weg zijn, leg ik aan mijn waterkoker uit dat ik nog een halfuurtje door moet werken. Vindt mijn waterkoker prima. Beoordeelt mij niet.

Toch zijn er ook spullen waarmee de omgang niet zo makkelijk is. De rubberen bal waarop mijn bureaucollega werkt, nodigt de hele tijd uit tot spelen. Die moet ik echt onder het bureau verstoppen voordat ik productief word. De smartphone is het object waarin mijn liefdesleven en sociale leven woont, dus die leg ik in een bureaula. Ik zou het gewicht van alle contacten in mijn smartphone bij elkaar op willen tellen en uitdrukken in kiezelstenen, om te kunnen wegen hoeveel mensen ik erin meedraag. Meer of minder dan een vrachtwagen vol? Ik ga hier subsidie voor aanvragen. Knap dat zelfs denken aan mijn smarpthone me afleidt van de kern van deze tekst. Spullen hebben evenveel macht als mensen, maar gaan gemiddeld korter mee.

Mijn waterkoker is een essentieel onderdeel van mijn werkdag, zoals sommige mensen een uniform aantrekken om hun beroep te worden. Toch ga ik hem als hij stuk raakt direct en zonder sentiment vervangen. Dat is het fijne van kapotte spullen: je repareert ze of koopt een nieuw model. Relaties kun je ook repareren, maar die lijken op stukgevallen vazen: je blijft altijd zien langs welke lijnen de scherven gelijmd zijn.            
 
tekst Helena Hoogenkamp beeld Nik van Es

En eindelijk is er Het kleine ZZP-ABC. Een talisman en feest der herkenning voor de dolende ZZP'er-kunstenaar in de vreemde werkelijkheden van alledag. Lees ook de aflevering Valsheid in geschrifte.

Helena Hoogenkamp & Nik van Es | Redactie   |  

Reacties

Nog geen reacties

Reageer

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen