terug
<
>

Baanbrekers #12: Dianne Verdonk

Voor Dianne Verdonk is het eigen lichaam net zo belangrijk als de computer bij het creëren van haar muziek. Vlak na haar opleiding bij Muziektechnologie bouwde ze La Diantenne, een metalen plaat die je buigt om zo de klank van het instrument te veranderen. In 2016 zag de Bellyhorn het levenslicht. Dit walvisachtige instrument roept qua uiterlijk associaties op met beeldende kunst, maar de klank en de interactie met het publiek vormen de essentie.
 
Wilde je altijd al uitvinder worden?
‘Haha. Nou, ik heb in ieder geval niet bedacht: nu ga ik muziekinstrumenten maken. Dat kwam voort uit een persoonlijke behoefte. Ik wilde elektronische muziek maken, maar met welke middelen? Eerst bouwde ik vreemde constructies van hardware en software, met een cello die ik dan op een standaard ergens op zette. Aan het eind van mijn bachelor had ik het prototype van de Diantenne ontworpen en wist ik dat ik op het juiste spoor zat.’ 

Je noemt de Diantenne de ontvanger van jouw intenties. Hoe zou je die intenties omschrijven?
‘De muziek die ik zou willen maken ook te kunnen maken en de middelen te gebruiken die daarop aansluiten. In dit geval is dat mijn eigen lijf, want dat is de enige interface die ik heb. Daar is bij elektronische instrumenten weinig aandacht voor. Er zijn apps waarmee je op je tablet synthesizer kunt spelen, maar voor mij zijn muziek en een muzikale handeling met elkaar verbonden. Een knopje is al iets fysieker, maar lijkt voor mij nog steeds te veel op het invoeren van data in een machine. Daarom ben ik die handelingen letterlijk gaan uitvergroten.’
 
Komt jouw muziek voort uit een beweging?
‘Het is er zeker mee verbonden. Ik speel ook contrabas en leg daarop met mijn hand makkelijk anderhalve meter af. Je lijf moet om de snaren heen hangen om er een mooie toon uit te krijgen. Ik heb heel lang gewacht met zoeken naar middelen waarmee ik mijn muziek kon maken; je hebt immers de computer met al zijn mogelijkheden. Toch merkte ik dat juist daar de blokkade zat, in de standaard interface van een computer.’
 
Na de Diantenne maakte je de Bellyhorn. Dat lijkt haast een hybride tussen een instrument en een installatie.
‘De Bellyhorn is in zekere zin ook beeldende kunst. En hij is interactief: ik wil dat mensen het object kunnen voelen. Voor mij is het instrument een soort vertaling van de klank die ik wilde creëren. Ik maakte eerst het geluid. Pas daarna bedacht ik waar dat geluid uit moest komen. Dat is de stap die ertussen zit. Op de Dutch Design Week werd een paar keer gezegd: O, is er maar eentje van? Best een heel mooi meubel eigenlijk. De Bellyhorn zou net als een contrabas ergens voor de sier kunnen staan, maar als interieurobject is het voor mij een soort lege huls. Er moet op gespeeld worden, het gaat om de interactie en de klanken.’
 
Heb je een verleden met beeldende kunst?
‘Ik heb ooit overwogen om Design Academy te gaan doen. De Bellyhorn brengt me weer terug bij die interesse. Ik ontmoet nu ook veel mensen uit de beeldende hoek die willen samenwerken. Bij muziek is presentatie toch vaak een ondergeschikt aspect. Dat is niet altijd erg, maar ik denk wel dat er nog veel te halen valt. Door aandacht te besteden aan het visuele, kun je muziek voor een groter publiek toegankelijk maken. Volgens mij hebben mensen in ieder geval handvatten nodig. En die heeft de Bellyhorn volop. Zo zijn er mensen die het helemaal van de therapeutische kant bekijken. Ze gaan erop liggen en zeggen: Hier moet je gehandicapten mee in aanraking brengen, of doven en blinden. Want de Bellyhorn kun je voelen, zien en horen.’
 
Vier kunstenaars hielpen je bij het maken. Is zo’n samenwerking onmisbaar voor zo’n project?
‘Volgens mij wel. Ik had geluk dat Gaudeamus Muziekweek mij vroeg voor een samenwerkingsproject. Zij wilden al langer met Vechtclub XL samenwerken, ook met het oog op subsidies. Ik weet niet hoe groot de invloed was, ik heb het idee dat projecten veel eerder worden gehonoreerd met een subsidie als het samenwerkingen zijn. Wat volgens mij een heel goede zaak is.’
 
Kun je momenteel leven van je muziek?
‘Deels. Ik heb een bijbaan als caissière bij het Bimhuis, en eigenlijk red ik het dan ook net niet. De vraag is wat ik er nog bij kan gaan doen. Ga ik de programmeerskills die ik heb daarvoor inzetten? Sommige kunstenaars en alumni kiezen ervoor om hun geld met iets anders te verdienen, zodat hun eigen werk niet voor inkomsten hoeft te zorgen. Die keuze snap ik ook erg goed.’
 
Overweeg je zelf een vergelijkbare constructie?
Nee, niet echt. Het voelt nu goed om veel tijd in de Bellyhorn te kunnen investeren. Ik ben er wel mee bezig om de muzikale context ervan te onderzoeken. Kan het bijvoorbeeld in een band, is het mooi met saxofoon of met andere electronica? Als ik een presentatie geef over de Bellyhorn, voelt dat als zo’n natuurlijke drijfveer... het zou zonde zijn als ik nu een fulltime baan zou nemen. Maar het is wel een uitdaging om aan genoeg geld te komen. Toch heb ik er vertrouwen in dat het me gaat lukken.’
 
tekst Edwin Verhoeven beeld Daniëlle van Lunteren
 
Dianne is op 12 januari met de Bellyhorn te zien en te horen op de Onderwijsdag van HKU in TivoliVredenburg. Op 15 januari staat ze geprogrammeerd voor de Nieuwjaarsduik in Ekko.

Sommige HKU-alumni breiden vol overtuiging het beroepsperspectief van hun opleiding uit. Over de verrassende invulling die zij aan hun kunstenaarschap geven, gaat de nieuwe rubriek Baanbrekers. In aflevering 12: Dianne Verdonk. Lees ook het interview met Baanbreker Cathy de Haan.

Reacties

Nog geen reacties

Reageer

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen