terug
<
>

Baanbrekers #13: Camiel Corneille

Camiel Corneille studeerde in 2011 aan HKU af als docent beeldende kunst en vormgeving. Daarna voltooide hij de opleiding Circus Arts aan Codarts. Het lichaam is toonaangevend in zijn huidige werk als circusartiest en in zijn eigen performances. Hoe raakt een docent in opleiding verzeild in de wereld van acrobatiek en circus? Door een kunstzinnige buurman, verfblokkades en supermensen.
 
Hoe ontstond je belangstelling voor beeldende kunst?
‘Als jongetje woonde ik in een huis dat was opgedeeld. In het ene deel woonden mijn ouders en ik, in het andere deel de buurman die beeldend kunstenaar was. Ik kon vrij eenvoudig bij hem over de vloer komen. De ijzeren rekken vol papieren en kasten met van die enorme lades kan ik me nog goed herinneren. Hij leerde mij tekenen, zelf maakte hij etsen en lino’s. Vanaf die tijd wist ik dat ik iets met kunst wilde gaan doen. Het ambacht dat je als beeldend kunstenaar moet leren, trok me erg aan. Daarnaast vond ik dat je als kunstenaar op een andere manier kunt communiceren, anders dan alleen met woorden. Communiceren met een soort kunsttaal. Dat wilde ik ook.’
 
Waarom heb je uiteindelijk de overstap naar de circuskunst gemaakt?
‘In het tweede jaar van mijn HKU-opleiding liep ik vast in mijn werk. Ik verloor mijn gevoel voor verf. Dat klinkt misschien een beetje gek, zo’n verfblokkade, maar anders kan ik het niet omschrijven. Het lukte niet meer. Verf was een medium waar ik daarvoor altijd goed mee kon werken, maar plots verloor ik mijn affiniteit ermee. Ik moest opnieuw bedenken waarin ik geïnteresseerd was, waar ik goed in zou zijn. En ik kwam telkens bij het lichaam uit. De doorbraak kwam toen ik tekeningen begon te maken van mannenlichamen. Die gingen vooral over de supermens en de kwetsbaarheid van perfectie. Om dit verder te onderzoeken wilde ik performancekunst inzetten. Daarom ging ik op zoek naar de grenzen en mogelijkheden van mijn eigen lichaam. Met dat lichaam kon ik dat onderzoek naar de supermens en kwetsbaarheid communiceren.’
 
Waarom werkt fysieke communicatie voor jou zo goed?
‘Als ik tekeningen van mensen maak, dan kijkt de toeschouwer naar een tekening van een mens in een bepaalde houding. Tussen de toeschouwer en mij zit nog een vel papier. Als ik op een podium sta, kunnen mensen zich direct aan mij relateren. Je activeert als performer, als artiest, een bepaalde zelfreflectie die heel moeilijk via een tweedimensionaal beeld op te roepen is. Ik denk dat ik juist daarom moeite kreeg met het maken van beeldend werk.’
 
Heb je de beeldende kunst dan volledig losgelaten?
Camiel pakt een groot en dik boek van een plank. Als hij het boek openslaat verschijnen er schetsen en collages. Menselijke figuren in verschillende houdingen versieren de pagina’s. ‘Het medium beeld is geen plat vlak meer in mijn huidige werk. Ik schets en maak collages niet alleen om tot inspiratie te komen voor mijn solo’s, maar ook om mezelf te begrijpen. Als ik de schetsen en mijn werk op het podium naast elkaar leg, snap ik hoe ik van die tekening bij de uiteindelijke performance ben aangekomen. Er bestaat dus een hele duidelijke relatie tussen het beeldende werk en het resultaat op de spelvloer.’
 
Op je website vertel je dat humor een belangrijke plek inneemt in je werk. Hoe?
‘Ik probeer niet grappig te doen, maar zoek wel een bepaalde zelfspot op.’ Een aarzeling. ‘Misschien is zelfspot ook niet het juiste woord, maar is het meer een soort reflectie. Waarom vind ik dit grappig? Wat doet dit met mij? Waarom lach ik specifiek hierom? Die zelfreflectie brengt me ook terug bij mijn oorspronkelijk onderzoek naar de supermens en de kwetsbaarheid daarvan. Als je er goed over nadenkt is niemand perfect. Op die manier kan iemand als superkracht imperfectie hebben. Daarin ligt denk ik de humor verscholen: imperfectie als superkracht. Tegelijkertijd is die imperfectie ook een belangrijk menselijk element dat ik in mijn performances wil laten zien.’
 
En je verfblokkade?
Samen met het gezelschap Grensgeval werk ik nu aan een voorstelling die geënt is op het werk van Jackson Pollock. Zijn werk inspireerde de beweging die zich met actionpainting bezighield. Tijdens de voorstelling maak ik op een fysieke manier een schilderij. Het resultaat is dus een fysieke voorstelling én een beeldend werk. Omdat mijn bewegingen op het podium elke voorstelling net iets anders zijn, krijg je dus elke keer een ander schilderij. Ook het publiek doet mee: bezoekers krijgen een soort pak aan, zodat ook zij onder de verf gespat kunnen worden. Aan het eind van de voorstelling zit ik ook helemaal onder de verf, waardoor ik samen met het publiek en het beeldende werk het uiteindelijke kunstwerk vorm. Tja, die verfblokkade. Weet je, ik kan gewoon niet verven met een kwast, ik kan dat niet vatten. Ik moet er mee kunnen smijten en mee kunnen gooien. Op die manier werkt het voor mij en ontstaat er een mooi eindresultaat.’
 
tekst Yvo Nafzger beeld Marcel van Oostrom

Sommige HKU-alumni breiden vol overtuiging het beroepsperspectief van hun opleiding uit. Over de verrassende invulling die zij aan hun kunstenaarschap geven, gaat de nieuwe rubriek Baanbrekers. In aflevering 13: Camiel Corneille. Lees ook het interview met Baanbreker Dianne Verdonk.

Yvo Nafzger | Redactie   |  

Reacties

Nog geen reacties

Reageer

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen